Motorisch Remedial Teaching (MRT)

MRT is gedefinieerd als het verlenen van extra onderwijshulp in het kader van de bewegingsopvoeding

Een goede opzet van de lessen bewegingsonderwijs beperken het aantal motorische ontwikkelings-achterstanden. Grote achterstanden in de motorische ontwikkeling zijn echter een probleem. In de praktijk blijkt dat het om gemiddeld 10% van de leerlingen gaat. Deze leerlingen komen in aanmerking voor extra zorg buiten de gymles, om de achterstanden in te halen. Deze zorg kan bestaan uit Motorische Remedial Teaching (MRT). 

MRT is gedefinieerd als het verlenen van extra onderwijshulp in het kader van de bewegingsopvoeding. Het is gericht op het verkleinen en opheffen van achterstanden op het gebied van bewegen (motorische ontwikkeling). Een goede ontwikkeling van de (senso)motoriek vormt een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de leerling, zowel in  sociaal-emotioneel als in cognitief opzicht.

De doelstelling van de MRT is: motorische achterstanden verkleinen, opheffen en grotere motorische achterstanden voorkomen (we streven er naar dat de leerling weer kan aansluiten bij het minimum vaardigheidsniveau van de reguliere lessen Bewegingsonderwijs op school, niveau 1 uit het Leerlingvolgsysteem Enschede). 

Er zijn voor de ouders geen kosten aan de MRT-lessen verbonden

De subdoelstellingen van de MRT zijn: 

  1. Plezier in bewegen verkrijgen en behouden; 
  2. Zelfvertrouwen vergroten in verschillende bewegingssituaties; 
  3. Verminderen van angst en faalangst in bewegingssituaties; 
  4. Het verkrijgen van een reëel zelfbeeld door de leerling (zelfcompetentie). 

De MRT wordt in de Gemeente Enschede in vier stadsdelen na schooltijd gegeven, twee maal per week. Deze lessen worden verzorgd door speciaal daarvoor opgeleide vakleerkrachten Bewegingsonderwijs. De MRT-lessen duren 45 minuten.  De MRT-groepen bestaan maximaal uit tien leerlingen. De hoeveelheid MRT-lessen die een leerling nodig heeft om de motorische achterstand weg te werken is mede afhankelijk van de mate van achterstand, de regelmaat van opkomst en de betrokkenheid van de ouders. Er zijn voor de ouders geen kosten aan de MRT-lessen verbonden. 

Vier keer per jaar komen de voor de MRT verantwoordelijke gemeente ambtenaar, de MRT-coördinator en de vier MRT-vakleerkrachten bij elkaar in een zogenaamd “klein overleg”. Twee keer per jaar vindt er een “breed overleg” plaats. Naast de hiervoor genoemde personen nemen jeugdarts, kinderfysiotherapeut en vakleerkrachten die eveneens MRT (binnen hun eigen school) geven, hieraan deel. Tijdens deze bijeenkomsten krijgen we meer inzicht in de deskundigheid en de werkwijzen van elkaar. Daarnaast stemmen we de verschillende vakgebieden zo optimaal mogelijk op elkaar af, om leerlingen met een motorische ontwikkelingsachterstand de zorg te kunnen bieden die het beste bij hen past. 

A - Signalering

Motorische ontwikkelingsachterstanden moeten zo vroeg mogelijk worden onderkend en gesignaleerd. Bij voorkeur in de groepen 1 en 2. Signalering van leerlingen die voor MRT in aanmerking komen gebeurt door: 

  1. Vakleerkracht Bewegingsonderwijs 
  2. Groepsleerkracht
  3. Interne Begeleider 
  4. Schoolarts
  5. Ouders

B - Verwijzing 

De verwijzing van een leerling naar MRT kan gebeuren door: 

  1. Vakleerkracht Bewegingsonderwijs
  2. Interne Begeleider
  3. Schoolarts
  4. Kinderfysiotherapeut  

Leerlingen die voor MRT in aanmerking komen worden, met instemming van de ouders, aangemeld door middel van het MRT-vangnet (zie link). Het vangnet geeft een beeld van het motorisch en sociaal-emotioneel functioneren van de leerling op dat moment. Van de betreffende leerling wordt een uitdraai van het Leerlingvolgsysteem Enschede bijgevoegd. 

C - Oproep 

Is er voor de aangemelde leerling plaats in de MRT-groep, dan wordt de leerling door de MRT-vakleerkracht uitgenodigd voor het volgen van de MRT-lessen. Dit gebeurt schriftelijk. Als de MRT-groep vol is, wordt de aangemelde leerling op een wachtlijst geplaatst of verwezen naar een MRT-groep in een ander stadsdeel, waar op dat moment wel plaats is. 

D - Screenen en adviseren 

Om een goed beeld te krijgen van de aangemelde leerling worden gegevens verzameld met behulp van:  

  1. het MRT-vangnet; 
  2. de informatie van de ouders over de motorische ontwikkeling en de positie van de leerling in het gezin; 
  3. het Leerlingvolgsysteem “Bewegen en Spelen”  van Stroes & van Gelder dat specifiek binnen de MRT gebruikt wordt; 
  4. de observatie van de leerling tijdens de MRT-lessen. 

Met behulp van de verkregen gegevens wordt een advies gegeven. De leerling start met MRT of wordt verwezen naar specialistische hulp. (o.a. kinderfysiotherapie, jeugdarts, diëtist, sociale vaardigheidstraining, Het Roessingh, etc.).  

E - Groepsoverzicht 

Met behulp van de in de screening verkregen gegevens wordt er een groepsoverzicht gemaakt. In het groepsoverzicht wordt per individuele leerling vermeld waar de motorische ontwikkelings-achterstanden liggen (coördinatie, evenwicht, oog-hand coördinatie en kracht). Aan de hand van het groepsoverzicht worden de MRT-lessen gepland waarin accenten worden gelegd op de specifieke achterstanden van de aanwezige leerlingen. 

F - Remediëren met groeps-MRT 

De Gemeente Enschede heeft gekozen voor groeps-MRT om de volgende redenen: 

  1. binnen groeps-MRT spelen sociale processen een rol. Bij individuele MRT is dat veel minder het geval; 
  2. groeps-MRT biedt meer mogelijkheden om aan te sluiten bij de reguliere lessen Bewegingsonderwijs. Zo is het bij groeps-MRT bijvoorbeeld mogelijk om aandacht te besteden aan spelvormen; 
  3. het voedingsgebied voor de MRT-lessen is te groot om individuele MRT- lessen te realiseren.  

De MRT-lessen onderscheiden zich van de reguliere lessen Bewegingsonderwijs door de kleine groepen, waarin de leerlingen optimaal begeleid kunnen worden door een speciaal daarvoor opgeleide vakleerkracht (opleiding MRT). Daarbij zijn de differentiatiemogelijkheden zo goed mogelijk op de problematiek van elke leerling toegesneden. 

De MRT-lessen sluiten aan bij wat de leerlingen kunnen en hebben een speciaal op deze leerlingen afgestemd pedagogisch klimaat. Een pedagogisch klimaat, waarin de leerlingen zich veilig voelen, waarin wederzijds vertrouwen heerst en waarin ze merken dat ze positief gewaardeerd worden.  

G - Evaluatie  

  1. twee keer per jaar vindt er een evaluatie van de MRT-lessen plaats;  
  2. op grond van de verkregen gegevens (Leerlingvolgsysteem “Bewegen en Spelen” en observaties) wordt er voor elke leerling een MRT-rapportage (zie link) geschreven; 
  3. deze MRT-rapportage wordt tijdens een tien minuten–gesprek met de ouders besproken; 
  4. in dat gesprek wordt besloten om door te gaan met de MRT, te stoppen of de leerling te verwijzen naar specialistische hulp (o.a. kinderfysiotherapie, jeugdarts, diëtist, sociale vaardigheidstraining, Het Roessingh, etc.); 
  5. deze MRT-rapportage worden, met instemming van de ouders, verstuurd naar de Gemeente Enschede (naar de MRT verantwoordelijke gemeente ambtenaar). Deze stuurt ze door naar de scholen (IB-er) en de G.G.D. (jeugdarts).